You are here: Home 10: De uitgave van het Beeld-snyders Kunst-kabinet
Document Actions

10: De uitgave van het Beeld-snyders Kunst-kabinet



Dankzij het
Beeld-snyders Kunst-kabinet kan een indruk worden verkregen van het voor een groot deel niet meer bekende oeuvre van Francis van Bossuit en de belangrijke invloed hiervan op de ontwikkeling van het classicisme in de schilderkunst van rond 1700. Het is echter de vraag met welk oogmerk het Beeld-snyders Kunst-kabinet in 1727 is uitgegeven, 35 jaar na het overlijden van Francis van Bossuit (1692) en het ontstaan van de tekeningen van Barend Graat, die als voorbeeld dienden (periode 1682-1693). Graat was tot 1709 zelf in de gelegenheid de tekeningen te publiceren, maar hoewel Matthijs Pool in deze periode wel schilderijen van Graat in prent bracht, heeft deze zijn schoonzoon blijkbaar geen opdracht gegeven tot het reproduceren van de tekeningen. In 1708, een jaar voor zijn overlijden, droeg Graat zijn hele bezit als ‘huwelijksinbreng’ over aan zijn dochter Geertruyd, op voorwaarde dat hij tot zijn overlijden over de tekeningen en prenten zou kunnen beschikken. 1


Nadat Barend Graat in 1709 was overleden werd in een advertentie in de
’s-Gravenhaagsche Courant van 10 september 1710 aangekondigd, dat zijn artistieke nalatenschap op 1 oktober van dat jaar zou worden geveild door de bekende makelaar Jan Pietersz. Zomer (1641-1724). 2 Jeronimus Tonneman kan op deze veiling de tekeningen rechtstreeks uit de door Pool aangeboden verzameling hebben gekocht, wat zijn keuze voor Pool als uitgever van het Beeld-snyders Kunst-kabinet zou verklaren. Aangezien de veilingcatalogus van Graat tot op heden niet is teruggevonden is niet met zekerheid vast te stellen, of in die veiling zijn tekeningen naar Van Bossuit inderdaad zijn aangeboden, maar in 1727 waren ze volgens Pools opdracht aan Tonneman voorin het Beeld-snyders Kunst-kabinet in ieder geval in diens bezit. 3

Klaarblijkelijk heeft noch Van Bossuit, noch Graat, noch Pool het initiatief tot uitgave van het Beeld-snyders Kunst-kabinet genomen. Eerder lijkt dit een initiatief te zijn geweest van Jeronimus Tonneman. De vraag wat hem tot deze uitgave heeft gemotiveerd wordt vermoedelijk beantwoord in de opdracht van Pool, waarin deze Tonneman introduceert als kenner van Van Bossuits werk en hem prijst als bezitter van de twee voornaamste pronkbeelden van ‘deze Nederlantzen Phidias’.


Het
Beeld-snyders Kunst-kabinet is vormgegeven in de traditie van de geïllustreerde collectiecatalogus. Rond 1660 verschenen in de Republiek de eerste catalogi van een niet-adellijke verzameling, die van de Amsterdamse gebroeders Jan (1601-1646) en Gerard Reynst (1599-1658, derde van links in dit groepsportret door Van der Helst). 4 Uit een subtiele verwijzing op het titelblad naar de nieuwe eigenaar van het reeds verkochte deel van de collectie, koning Charles II van Engeland (1630-1685), valt af te leiden dat de uitgave een commercieel doel had. Potentiële kopers werd duidelijk gemaakt dat ze zich in goed gezelschap bevonden. 5 In deze eeuw verschenen steeds vaker catalogi met als doel het interesseren van collectioneurs voor bijvoorbeeld een geplande verkoop van kunstwerken. 6 Ook kooplieden brachten vergelijkbare catalogi uit, daarbij profileerden ze zichzelf als vermogende en deskundige verzamelaars, maar brachten ze tegelijk op subtiele wijze hun verzameling commercieel onder de aandacht. Hierboven is vermeld dat Jeronimus Tonneman twee zogeheten ‘pronkbeelden’ van Francis van Bossuit bezat. De vermelding hiervan in de inleiding wekt de indruk, dat ook Tonneman bij de uitgave van het Beeld-snyders Kunst-kabinet een persoonlijk commercieel belang heeft gehad. Zoals al besproken in paragraaf drie brachten de twee beelden bij zijn veiling in 1754 1000 gulden op, en bevatte zijn collectie ook nog andere werken van Van Bossuits hand.

Het Beeld-snyders Kunst-kabinet wijkt overigens af van de met de gebroeders Reynst begonnen traditie, in die zin dat het geen collectiecatalogus is maar een oeuvrecatalogus, met werken van één kunstenaar uit verschillende (onvermelde) collecties. Deze publicatievorm is ook wel omschreven als monografisch kunstboek, een genre dat is ontstaan in Rome en Parijs rond het begin van de achttiende eeuw. 7  

Het lijkt waarschijnlijk dat Barend Graat het werk van Van Bossuit zoveel mogelijk direct na de vervaardiging heeft getekend. Zodra de sculpturen het atelier verlieten werden ze immers moeilijker toegankelijk. Vermoedelijk heeft Graat al het werk van Van Bossuit in Amsterdam getekend. Niet al zijn tekeningen zijn echter voor het Beeld-snyders Kunst-kabinet in prent gebracht, want Matthijs Pool schrijft in zijn opdracht aan Jeronimus Tonneman dat er meer van deze tekeningen waren die zich ‘elders’ bevonden. 8 Het Beeld-snyders Kunst-kabinet is dus ook geen complete oeuvrecatalogus. 9 De uitvoering is wat betreft de thematische ordening naar Bijbelse en mythologische thema’s en de groepering van de sculpturen naar vorm wel typerend voor een beredeneerde monografie. De negentig prenten in het Beeld-snyders Kunst-kabinet zijn ingedeeld naar vorm en onderwerp van de sculpturen. 10 Globaal bestaat de prentenreeks uit drie delen: na reliëfs met scènes uit de Bijbel en de mythologie volgen beelden van voornamelijk mythologische en allegorische figuren. Het derde deel van de prentenreeks bevat de populaire en in later tijden veelvuldig gekopieerde reliëfs van (veelal Bijbelse) halffiguren; de laatste vier reliëfs zijn voorstellingen met Cupido. Of sculpturen als pendanten waren bedoeld wordt niet vermeld, sommige worden op basis van afmetingen en thematiek nu wel als zodanig beschouwd. 11

Het is niet bekend hoe de taakverdeling bij de uitgave is geweest. Formeel droeg Matthijs Pool als uitgever de eindverantwoordelijkheid. Als prentkunstenaar werkte hij met tekeningen uit het bezit van Jeronimus Tonneman. Diens praktische rol in het Beeld-snyders Kunst-kabinet is, met uitzondering van zijn tekening van de Boogbrekende Cupido, onbekend. Het aandeel van uitgever Matthijs Pool betreft, behalve het etsen en drukken, in iedere geval het ontwerp voor de titelprent (afb. links) en de tekeningen naar twee sculpturen, waaronder het portret van kunstenaar Bonaventura van Overbeek (midden en rechts).

X
Matthijs Pool naar Girolamo Pesci, Titelprent van het Beeld-snijders kunst-kabinet met een Allegorie van de Beeldhouwkunst (pl. I), 1727 gedateerd

X
Matthijs Pool naar toegeschreven aan Jan Ebbelaer, Apollo en Daphne (pl. XXVI)

X
Matthijs Pool naar Francis van Bossuit, Portret van de kunstenaar Bonaventura van Overbeek (1660-1705; pl. LXXXVII)

Voor de titelprent heeft Pool een door de Romeinse kunstenaar Girolamo Pesci (1679-1759) geschilderde personificatie van de Beeldhouwkunst gebruikt (afb.). 12 Dit schilderij was zo geschikt voor de titelprent voor dit boek over kabinetsculptuur vanwege het verkleinde model van de Venus Medici (origineel: afb. hieronder, rechts) op de achtergrond, dat veel overeenkomst vertoont met Van Bossuits Galathea (midden). 13 Pool heeft de oorspronkelijke sculptuur waaraan Sculptura werkt op Pesci's schilderij, vervangen door Van Bossuits Venus en Adonis (links). 14

X
Girolamo Pesci, Allegorie van de Beeldhouwkunst, eerste kwart 18de eeuw

Girolamo Pesci
Allegorie van de Beeldhouwkunst eerste kwart 18de eeuw
olieverf / doek, 60 x 72 cm
Private collection



X
Matthijs Pool naar Barend Graat naar Francis van Bossuit, Venus en Adonis, in verkort perspectief (pl. XLII)

X
Matthijs Pool naar Barend Graat naar Francis van Bossuit, Galatea (pl. XLVI)

X
Anoniem, De Medici Venus, eerste eeuw na Christus

Wie de biografieën van Barend Graat en Francis van Bossuit heeft geschreven en vertaald is formeel gezien niet bekend. Voor de levensbeschrijving van Graat op pagina VII van het Beeld-snyders Kunst-kabinet is veel (letterlijk) ontleend aan Houbrakens Groote Schouburgh (1719). 15 Toegevoegd is de volgende zin: Verschyden printen zyn er in ’t koper gebragt die na zyn schilderyen komen. Aangezien op vier na alle prenten naar Graats schilderijen door Matthijs Pool zijn vervaardigd, maakt deze toevoeging het waarschijnlijk dat het Pool is die hier subtiel op zijn werkrelatie met Graat wijst, en dat hijzelf dus de auteur is. In de laatste zin van de Engelse en Franse vertalingen van deze biografie (merkwaardig genoeg niet in de Nederlandse versie) wordt bovendien vermeld dat Graat één dochter heeft nagelaten die getrouwd was met een graveur, wederom een subtiele verwijzing naar Pool. Ook voor de biografie van Francis van Bossuit in het Beeld-snyders Kunst-kabinet ligt Pool als auteur voor de hand. Hij zou de gegevens kunnen hebben verkregen van de kunstenaar Bonaventura van Overbeek, Van Bossuits metgezel op de terugreis van Rome naar Amsterdam, en natuurlijk van zijn schoonvader Barend Graat. 16

De toevoeging van de drietalige biografieën van Van Bossuit en Graat maakt het aannemelijk, dat Pool en Tonneman een internationaal publiek op het oog hadden. Hoewel de informatie voor de biografie van Francis dus mogelijk van Pool afkomstig is, is het de vraag wie de vertalingen in het Frans en het Engels heeft verzorgd, want deze wijken op een belangrijk punt af van de Nederlandse versie. Daarin wordt gesteld dat Francis het harde ivoor zo bewerkte dat het een ‘teedre sachtigheyt’ leek te hebben maar in het Engels staat ‘the hard ivory could work upon it as if it was wax’, en in het Frans: ‘travailler l’yvoire, qu’il maniait comme si c’eût été de la cire’. 17 Opmerkelijk is hoe in later tijden twee kunsthistorici deze opvallende metafoor in de biografie van Van Bossuit hebben becommentarieerd. De vergelijking is in 2005 door Malcolm Baker bekritiseerd omdat deze naar zijn mening de materialiteit van het ivoor ontkent en het maakproces marginaliseert. 18 Frits Scholten (1999) heeft de wasmetafoor echter opgevat ‘als een loftuiting die door middel van een speelse omkering refereert aan het arbeidsproces van de ivoorsnijder, die zijn model eerst in was prepareert alvorens het in ivoor te snijden’. 19



[1]

Huwelijkscontract tussen Mathys Pool en Geertruyd Graat, geassisteert met haren Vader Barent Graet, met uitvoerige opgave van de door beiden ingebrachte huwelijksgoederen. SAA, NA, toeg.nr. 5075, notaris S. Wijmer, inv.nr. 4843, 30 augustus 1708. Bredius 1917, op. cit. (§ 2, noot 11), p. 1319-1325.

[2]

‘Jan Pietersz. Zomer Makelaer zal woensdag den 1. october 1710, ’s namiddags ten half 3 uren verkopen, een party playzante Schilderijen en volgende dagen ten 4 uren, schone Teekeningen en Printkonst van Italiaensche, Franse, Hoog- en Nederduytse Meesters, schone Verwen, Modellen, Pleyster- en Schilder-gereedschap, nagelaten door B. Graef Konst-Schilder; die verkoft zullen werden t’Amsterd. ten huyze van den Overledenen op de Leydse-gracht bij de Heere-gracht, alwaer de Schilderijen maendag, en de Papier-konst dinsdag te voren konnen gezien worden. De catalog. zijn te bekomen ten huyze als boven, by M. Pool, en by J.P. Zomeren, te Rotterd. by J. Houwens. Hage Juffr. Van Sinderen; En is te bekomen bij de voorgemelde M. Pool het Gezigt van de Rivier den buyten-Amstel, met de voornaemste Gebouwen tot aen het Dorp Ouwerkerk, Carolus de Derde en Elizabetha-Christina, koning en Koningin van Spanien’. Dudok van Heel, op. cit. (§ 7, noot 12), p. 151.

[3]

In Tonnemans veilingcatalogus van 1754 (Lugt 845) komen de tekeningen niet voor.

[4]

Variarum imaginum a celeberrimis artificibus pictarum Caelaturae elegantissimis itabulis repraesentatae [...], Amsterdam z.j. (ca. 1660), en: Signorum veterum Icones per D. Gerardum Reynst [...] collectae [...], Amsterdam (Nicolaes Visscher) z.j. (ca. 1665-1670; heruitgave van al voor 1660 verschenen prenten naar 98 antieke sculpturen); A.M.S. Logan, The 'Cabinet' of the brothers Gerard and Jan Reynst, Amsterdam 1979; A. Bähr, Repräsentieren, bewahren, belehren: Galeriewerke (1660-1800): von der Darstellung herrschaftlicher Gemäldesammlungen zum populären Bildband, Hildesheim 2009, p. 96-97.

[5]

Bähr 2009, op. cit. (noot 4), p. 98.

[6]

Bähr 2009, op. cit. (noot 4), p. 100.

[7]

Scholten 1999, op. cit. (§ 4, noot 10), p. 35, noot 44. In F. Haskell, The painfull birth of the art book, Londen 1987 wordt het kunstboek, ontstaan rond 1700 in Rome en Parijs, gedefinieerd als een uitgave met prenten en tekst, bedoeld om zowel de kunst als de eigenaar te verheerlijken.

[8]

Het is daarom onjuist om, zoals her en der in de literatuur gebeurt, sculpturen die niet in het Beeld-snyders Kunst-kabinet zijn opgenomen automatisch te kwalificeren als ‘niet in Amsterdam gemaakt’.

[9]

Veiling Jeronimus Tonneman, Amsterdam (de Leth), 21 oktober 1754 (Lugt 845), p. 120, nr. 13. Het was gebruikelijk dat degene aan wie het boek was opgedragen een financiële bijdrage leverde en in ruil daarvoor een exemplaar in een prachtband ontving en een aantal presentexemplaren. Het exemplaar van Jeronimus Tonneman wordt in zijn veilingcatalogus van 1754 omschreven als Konst Cabinet, door Francis, in Root Turx Leere Band, met goud op snee.

[10]

Binnen de indeling naar vorm is een indeling naar materiaal toegepast: de palmhouten en terracotta beelden zijn bij elkaar geplaatst met uitzondering van de opeenvolgende prenten XXXII en XXXIII, twee reliëfs met de titel Jupiter en Leda, die respectievelijk in terracotta en ivoor zijn uitgevoerd. Hier ging het thema kennelijk boven het onderscheid in materiaal.

 

De nummering begint in het voorwerk, de eerste prent naar een werk van Van Bossuit is nr. IX. De nummering loopt door tot CIII (103). Aangezien op 5 etsen dezelfde figuur in twee posities wordt weergegeven en beide voorstellingen een eigen nummer hebben gekregen, zijn er 90 aparte etsen met sculpturen. 26 keer worden reeds afgebeelde stukken in een andere positie herhaald, er zijn dus in totaal 69 verschillende sculpturen afgebeeld, waarvan 4 van palmhout en 8 van terracotta (ergo 57 van ivoor).

[11]

Er zijn tenminste dertien pendantenparen herkenbaar in het oeuvre van Van Bossuit, 1: Lot en zijn dochters en De engel wijst Hagar de bron in de woestijn, 2: Batseba in bad en Suzanna en de ouderlingen, 3-5: drie pendantparen met David met het hoofd van Goliath en Judith met het hoofd van Holofernes (RKDimages, kunstwerknummers 225028-225022, 228694-228695 en 225021-225020, 6: H. Hieronymus en de H. Maria Magdalena, 7: Mars en Galatea, 8: Marsyas door Apollo gevild en Mercurius, Argus en Io, 9: Paris (nu onbekend) en Venus en Amor, 10: Venus en Adonis en Venus en de stervende Adonis, 11: Sculptura en Poësia, 12: De zelfmoord van Lucretia en Cleopatra met de adder, en 13: een pendantenpaar dat niet meer wordt toegeschreven aan Van Bossuit maar aan zijn leerling Jan Ebbelaer: Apollo en Daphne en Mercurius ontvoert Psyche, maar waarvan eerstgenoemde wel in het Beeld-snyders Kunst-kabinet voorkomt. De pendantrelatie van de reliëfs Batseba in bad en Suzanna en de ouderlingen wordt besproken door J. Warren in ‘Bathsheba and Susanna. Two ivory reliefs by Francis van Bossuit’, in: Barocke Kunststückh. Festschrift für Christian Theuerkauff, München 2012, p. 66-72.

[12]

R. Enggass, ‘Introducing Girolamo Pesci’, The Burlington Magazine 118 (1976), nr. 880, p. 491-501, afb. 65.

[13]

Dezelfde ‘beeld’verwisseling blijkt mogelijk uit de opmerking van de Duitse reiziger Von Hagedorn dat hij een Venus Medici heeft waargenomen in werk van Willem van Mieris, die Van Bossuits Galathea (RKDimages, kunstwerknummer 215691) heeft getekend en in een schilderij heeft verwerkt. Zie C.L. von Hagedorn, Betrachtungen ueber die Mahlerey, Leipzig (Wendler) 1762, p. 431.

[14]

De Beeldhouwkunst bewerkt het beeldje alsof het ivoor is, maar volgens het bijschrift van prent XLII gaat het om een sculptuur van terracotta. Mogelijk bestond er ook een ivoren versie, Van Bossuit heeft sommige beelden in verschillende materialen uitgevoerd, De Winter bijvoorbeeld in hout en in ivoor.

[15]

Houbraken 1719, op. cit. (§ 6, noot 2), p. 200-208.

[16]

Voor de relatie tussen Bonaventura van Overbeek en Matthijs Pool zie § 1, noot 6.

[17]

Deze formulering komt precies zo voor in het lemma over Van Bossuit in het kunstenaarslexicon Abecedario van de Franse graveur en kunsthistoricus P.J. Mariette (1694-1774), die mogelijk een exemplaar van het Beeld-snyders Kunst-kabinet heeft geraadpleegd. P.J. Mariette, Abecedario de P. J. Mariette et autres notes inédites de cet amateur sur les arts et les artistes, Parijs (J.B. Dumoulin) 1851-1860, dl. I, p. 161, ‘Bossuit, François van’.

[18]

M. Baker, ‘Some object histories and the materiality of the sculptural object’, in: Stephen Melville (red.), The lure of the object, Williamstown 2005, p. 124.

[19]

Scholten 1999, op. cit. (§ 4, noot 10), p. 27.

Datum laatste wijziging: Nov 16, 2014 09:58 PM